Woensdagochtend 17 april werd de stationshal van Delft opgeschrikt door een plofkraak bij een geldwisselkantoor. Rond 04.30 uur volgden twee explosies: één op de toegangsdeur, een tweede om de kluis te forceren. Inmiddels is een verdachte aangehouden. Wat gebeurde er, hoe verloopt het onderzoek en wat betekent dit voor de veiligheid rond het station?
De gebeurtenissen in de vroege ochtend
Volgens de eerste bevindingen werkten de daders snel en doelgericht. De eerste knal verschafte toegang; de tweede was krachtiger en richtte zich op de kern van de geldopslag. Binnen minuten ontstond grote ravage, terwijl omwonenden en reizigers melding maakten van harde knallen en trillende ramen. Hulpdiensten waren snel ter plaatse en zetten de hal af.
Schade en directe impact
De materiële schade was aanzienlijk: verbrijzelde ruiten, ontzette kozijnen en verspreid puin. Winkeliers in de directe omgeving sloten voor inspecties, reizigers werden omgeleid en een deel van het station bleef tijdelijk onbereikbaar. De schrik zat er diep in, maar er raakte voor zover bekend niemand zwaargewond.
Onderzoek en aanhouding
De politie bevestigt dat een verdachte is aangehouden in verband met de plofkraak. Het onderzoek richt zich op camerabeelden, forensische sporen en tips. Details over identiteit of rol worden nog niet gedeeld, omdat meerdere scenario’s openstaan en sporen zorgvuldig worden vergeleken.
Rechtspositie
Zoals altijd geldt: een verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen. Het Openbaar Ministerie beoordeelt de vervolgstappen zodra voldoende informatie beschikbaar is.
Rol van de gemeenschap
Informatie uit de buurt blijft cruciaal. Wie iets verdachts heeft gezien of beelden heeft van de omgeving rond 04.30 uur, wordt verzocht de politie te bellen via 0900-8844. Anoniem melden kan via Meld Misdaad Anoniem: 0800-7000. Kleine details kunnen het verschil maken bij het reconstrueren van het verloop.
Veiligheid en preventie
Plofkraken vragen om een mix van maatregelen. Denk aan minder contant geld op locatie, versterkte behuizing van kluizen, tijdsloten, obstakels tegen vlucht op tweewielers, en betere verlichting en cameradekking. Publiek-private samenwerking is cruciaal: exploitanten, NS, gemeente en politie delen risico-informatie, voeren stresstests uit en oefenen incidentrespons om hersteltijd te verkorten.
Terwijl reparaties doorgaan en de hal weer tot leven komt, blijft dit incident een herinnering aan de kwetsbaarheid van drukbezochte plekken. Door alert te blijven, te investeren in slimme beveiliging en elkaar te informeren, kan Delft de veerkracht tonen waarvoor de stad bekendstaat—zodat reizigers zich veilig voelen, op elk uur van de dag.

















